Doorwerken tot je 80ste: psychiater Steven Matthijsen ‘wil alles eruit halen wat erin zit’

Steven Matthijsen werkt door tot hij 80 jaar is
Steven Matthijsen met zijn poedel Saartje: “Ik vind mijn werk heel leuk en zeg in beginsel niet ‘nee’ als er iets op mijn weg komt.”
  • Home
  • Artikel
  • Doorwerken tot je 80ste: psychiater Steven Matthijsen ‘wil alles eruit halen wat erin zit’

Doorwerken tot je 80 bent? Je moet er maar zin in hebben. En het moet je gegeven zijn. Steven Matthijsen uit Zeist kiest ervoor en blijft er fit bij. Hij is al 45 jaar werkzaam als psychiater. Zijn laatste werkdag staat gepland voor half februari 2024. “Ik wil er alles uit halen wat erin zit. Na mijn pensioen wil ik nog wat vrijwilligerswerk gaan doen.”

Of-ie een betere psychiater is dan vroeger zou hij niet durven zeggen. “Je moet goed kunnen luisteren en vooral de goede vragen stellen. Daar kun je de psychiater aan meten. Luisteren is voorwaarde en dat zit wel in me.” Steven Matthijsen heeft vanmorgen het gras gemaaid. Aan de moeite die hem dat kost, voelt hij dat de jaren gaan tellen. In zijn werk voelt hij dat niet: “Voor mij is iedere patiënt nieuw. Nog steeds.” Elke vijf jaar moet Matthijsen zich laten registreren. Bovendien moet hij aan intervisie doen: met collega’s uitwisselen over de beroepspraktijk.

Waarom werkt Steven Matthijsen door?

Wat meespeelde om na zijn pensioen door te werken was het feit dat zijn vrouw – ze is anderhalf jaar geleden overleden – liever niet met vakantie wilde. “Maar ik was er ook niet klaar mee. Als je nog werkt, zit je in de maatschappij. Toen ik 65 was, werd ik opgebeld en gevraag om te komen interimmen. Klinisch werk, door heel Nederland. Op autisme en ADHD en kinderpsychiatrie na  – dat is echt een ander specialisme – ben ik in alle deelgebieden van de psychiatrie actief geweest. Ik vind mijn werk heel leuk en zeg in beginsel niet ‘nee’ als er iets op mijn weg komt.”

Lees ook: Meer mensen werken, vooral 45-plusser werkt vaker en langer 

Matthijsen haalde zijn bul in Leiden. Hij werkte korte tijd als waarnemer voor verschillende artsen en liep drie dagen mee met een bevriende huisarts die hem vroeg om samen te werken. Zijn toekomstige vrouw was verpleegkundige. Zou het wat zijn om samen een huisartsenpraktijk op te bouwen? “Dat had zij graag gewild. Na die drie dagen wist ik dat ik daar niet geschikt voor ben. Je moet enorm georganiseerd zijn als huisarts en dat ben ik niet.” In Duitsland en in Nederland studeerde hij verder in de psychiatrie. 

Zijn eerste baan als psychiater was op de WA-hoeve in Den Dolder. “Een prachtig terrein. Ik heb daar van 1978 tot 1986 drie dagen per week gewerkt. Daarnaast had ik een eigen praktijk, was ik schoolarts en consulent bij herstellingsoord Zonnehaerd in Austerlitz en bij de Michelshoeve in Zutphen.” Heel veel uren per week werken moet dat zijn geweest. “Dat klopt, maar het werken gaf me energie.” Na een reorganisatie op de WA-hoeve kreeg Matthijsen de keuze: een voltijdsaanstelling of weggaan. “Ik ben vertrokken en heb mijn eigen praktijk uitgebouwd met het accent op relatietherapie en groepspsychotherapie.”

Internationaal Liedfestival

Met een haast onvoorstelbare energie startte Matthijsen het ene na het andere project. “Ik ben een initiatiefman.” Hij nam de aanzet tot de oprichting van een antroposofische psychiatrische kliniek, de Lievegoedkliniek in Bilthoven. Een proces dat niet zonder slag of stoot is verlopen, maar uiteindelijk wel een goed resultaat opleverde. Als groot muziekliefhebber was hij een van de oprichters en 27 jaar lang – tot 2016 – voorzitter van de Zeister Muziekdagen. Hij richtte een goededoelenstichting voor maatschappelijke projecten en onderzoek. Hij was een van de oprichters van het Internationaal Liedfestival, kwalitatief gezien het derde festival van Europa dat zich op de liedkunst richt. “Alle mensen van het eerste uur doen nog mee. Dat is een goed teken.”

Een paar jaar voor de coronapandemie richtte hij met medestanders ZeistEuropa.nl op, om ideeën over een andere vorm van Europa te delen. “Dat initiatief heeft twee memoranda en een manifest geproduceerd en we hebben nog een positieve reactie gekregen van de Europese commissie. Het heeft ook geleid tot interessante boeken over Europa.”

Matthijsen blies de slapende Schubertstichting nieuw leven in en dat resulteerde zelfs onlangs in een Schubertiade: een multidisciplinaire ontmoeting van kunstenaars en publiek. Ook werden meerdere Schubertiades voor de schoolgaande jeugd georganiseerd, onder andere voor Bartiméus.

Behandeling van transgendercliënten

Op verzoek van zijn huidige werkgever heeft hij het initiatief genomen om te onderzoeken of antroposofische therapieën een bijdrage kunnen leveren bij de behandeling van transgendercliënten. “De mens moet weer herontdekt worden. Ons mensbeeld zou verruimd moeten worden na Freud, Nietsche en Marx. Het psychiatrische model van bio- psycho-sociaal zou aangevuld moeten worden met mentaal. Gelukkig zijn er meer mensen die de beperking van het huidige model zien. Het ik is onzijdig, niet mannelijk en niet vrouwelijk; dat wordt vergeten in de discussie over transgender. Wanneer we ons meer realiseren dat we een intrinsiek ik hebben zou de genderdiscussie minder beladen zijn. De belangrijkste identiteit is: ik ben mijzelf. Dat wordt vergeten.”

“Nurture and nature, je genen en je omgeving, zijn het arbeidskapitaal waar elk individu als een beeldhouwer mee moet werken”, vervolgt Matthijsen. “Ieder mens is uniek; niemand wil met een ander ruilen. Ik heb dat ook gevraagd aan mensen met ernstige stoornissen en ook zij zeggen niet te willen ruilen. Elk mens ervaart zich als een ik. Voor mij is dat het bewijs dat we niet alleen nurture and nature zijn, zoals de huidige wetenschap ons doet geloven.”

Bijdrage aan euthanasiedebat

Landelijke bekendheid kreeg de Zeistenaar door zijn bijdrage aan het euthanasiedebat. “Euthanasie stuitte me tegen de borst. Als arts leg je de eed af. In de eed beloof je alleen heilzame behandelingen voor te schrijven, en af te zien van het veroorzaken van schade of pijn. Indien mogelijk zul je lijden verzachten. Maar euthanasie? Dat is in beginsel geen medisch handelen. Binnen een werkgroep ben ik medeauteur van het boek ‘Stilstaan bij sterven’. Ik ben daarin op zoek gegaan naar redenen waarom een arts op zakelijke gronden euthanasie kan afwijzen. Nu wordt een dokter die dat niet wil doen te vaak gezien als een watje, of als een dokter die zijn patiënt in de steek laat. Daar ben ik het niet mee eens. Euthanasie hoort niet per se thuis in het takenpakket van een arts. Ik zeg ook vaak: je kunt niet twee heren dienen, die van het leven en de dood, want dat gaat onherroepelijk conflicteren met elkaar. Het is oké dat er een kliniek is waar mensen onder voorwaarden euthanasie kunnen krijgen; die artsen kiezen daar dan ook voor.”

“Bij mensen met een terminale kanker verkort euthanasie de levensverwachting met weken, hooguit maanden. Bij psychisch lijden kan het de levensverwachting met tientallen jaren bekorten. En het maakt nogal wat uit, of een psychiater zijn patiënt kan laten kiezen tussen medicijn A en medicijn B, of tussen medicijn A en euthanasie. Als dat in je gereedschapskist zit, zal de patiënt de hoop op verbetering verliezen en denken: de psychiater ziet me ook als een hopeloos geval. Ik kan er maar beter mee ophouden.” Gelukkig delen vele psychiaters deze visie. Matthijsen verkondigde de visie van de werkgroep waarvan hij deel uitmaakte op televisie en in alle kranten, maar het mocht niet baten. “Toen die wet er eenmaal was, was dat wel klaar voor mij.”

Vrijwilligerswerk

Hoe ziet de psychiater het voor zich als hij zijn praktijk straks helemaal heeft neergelegd? “Ik zou wel vrijwilligerswerk willen doen, bijvoorbeeld voor 113-zelfmoordpreventie, gesprekken voeren met mensen die acuut suïcidaal zijn. De Schubertstichting blijf ik in elk geval doen. Ik heb het huishouden, de tuin en niet te vergeten Saartje, mijn hond. Spannend vind ik het, ik zie wel wat er op mijn pad komt.”

Bekijk ook

Doorwerken tot je 80ste: psychiater Steven Matthijsen ‘wil alles eruit halen wat erin zit’

Steven Matthijsen werkt door tot hij 80 jaar is
Steven Matthijsen met zijn poedel Saartje: “Ik vind mijn werk heel leuk en zeg in beginsel niet ‘nee’ als er iets op mijn weg komt.”
  • Home
  • Artikel
  • Doorwerken tot je 80ste: psychiater Steven Matthijsen ‘wil alles eruit halen wat erin zit’

Doorwerken tot je 80 bent? Je moet er maar zin in hebben. En het moet je gegeven zijn. Steven Matthijsen uit Zeist kiest ervoor en blijft er fit bij. Hij is al 45 jaar werkzaam als psychiater. Zijn laatste werkdag staat gepland voor half februari 2024. “Ik wil er alles uit halen wat erin zit. Na mijn pensioen wil ik nog wat vrijwilligerswerk gaan doen.”

Of-ie een betere psychiater is dan vroeger zou hij niet durven zeggen. “Je moet goed kunnen luisteren en vooral de goede vragen stellen. Daar kun je de psychiater aan meten. Luisteren is voorwaarde en dat zit wel in me.” Steven Matthijsen heeft vanmorgen het gras gemaaid. Aan de moeite die hem dat kost, voelt hij dat de jaren gaan tellen. In zijn werk voelt hij dat niet: “Voor mij is iedere patiënt nieuw. Nog steeds.” Elke vijf jaar moet Matthijsen zich laten registreren. Bovendien moet hij aan intervisie doen: met collega’s uitwisselen over de beroepspraktijk.

Waarom werkt Steven Matthijsen door?

Wat meespeelde om na zijn pensioen door te werken was het feit dat zijn vrouw – ze is anderhalf jaar geleden overleden – liever niet met vakantie wilde. “Maar ik was er ook niet klaar mee. Als je nog werkt, zit je in de maatschappij. Toen ik 65 was, werd ik opgebeld en gevraag om te komen interimmen. Klinisch werk, door heel Nederland. Op autisme en ADHD en kinderpsychiatrie na  – dat is echt een ander specialisme – ben ik in alle deelgebieden van de psychiatrie actief geweest. Ik vind mijn werk heel leuk en zeg in beginsel niet ‘nee’ als er iets op mijn weg komt.”

Lees ook: Meer mensen werken, vooral 45-plusser werkt vaker en langer 

Matthijsen haalde zijn bul in Leiden. Hij werkte korte tijd als waarnemer voor verschillende artsen en liep drie dagen mee met een bevriende huisarts die hem vroeg om samen te werken. Zijn toekomstige vrouw was verpleegkundige. Zou het wat zijn om samen een huisartsenpraktijk op te bouwen? “Dat had zij graag gewild. Na die drie dagen wist ik dat ik daar niet geschikt voor ben. Je moet enorm georganiseerd zijn als huisarts en dat ben ik niet.” In Duitsland en in Nederland studeerde hij verder in de psychiatrie. 

Zijn eerste baan als psychiater was op de WA-hoeve in Den Dolder. “Een prachtig terrein. Ik heb daar van 1978 tot 1986 drie dagen per week gewerkt. Daarnaast had ik een eigen praktijk, was ik schoolarts en consulent bij herstellingsoord Zonnehaerd in Austerlitz en bij de Michelshoeve in Zutphen.” Heel veel uren per week werken moet dat zijn geweest. “Dat klopt, maar het werken gaf me energie.” Na een reorganisatie op de WA-hoeve kreeg Matthijsen de keuze: een voltijdsaanstelling of weggaan. “Ik ben vertrokken en heb mijn eigen praktijk uitgebouwd met het accent op relatietherapie en groepspsychotherapie.”

Internationaal Liedfestival

Met een haast onvoorstelbare energie startte Matthijsen het ene na het andere project. “Ik ben een initiatiefman.” Hij nam de aanzet tot de oprichting van een antroposofische psychiatrische kliniek, de Lievegoedkliniek in Bilthoven. Een proces dat niet zonder slag of stoot is verlopen, maar uiteindelijk wel een goed resultaat opleverde. Als groot muziekliefhebber was hij een van de oprichters en 27 jaar lang – tot 2016 – voorzitter van de Zeister Muziekdagen. Hij richtte een goededoelenstichting voor maatschappelijke projecten en onderzoek. Hij was een van de oprichters van het Internationaal Liedfestival, kwalitatief gezien het derde festival van Europa dat zich op de liedkunst richt. “Alle mensen van het eerste uur doen nog mee. Dat is een goed teken.”

Een paar jaar voor de coronapandemie richtte hij met medestanders ZeistEuropa.nl op, om ideeën over een andere vorm van Europa te delen. “Dat initiatief heeft twee memoranda en een manifest geproduceerd en we hebben nog een positieve reactie gekregen van de Europese commissie. Het heeft ook geleid tot interessante boeken over Europa.”

Matthijsen blies de slapende Schubertstichting nieuw leven in en dat resulteerde zelfs onlangs in een Schubertiade: een multidisciplinaire ontmoeting van kunstenaars en publiek. Ook werden meerdere Schubertiades voor de schoolgaande jeugd georganiseerd, onder andere voor Bartiméus.

Behandeling van transgendercliënten

Op verzoek van zijn huidige werkgever heeft hij het initiatief genomen om te onderzoeken of antroposofische therapieën een bijdrage kunnen leveren bij de behandeling van transgendercliënten. “De mens moet weer herontdekt worden. Ons mensbeeld zou verruimd moeten worden na Freud, Nietsche en Marx. Het psychiatrische model van bio- psycho-sociaal zou aangevuld moeten worden met mentaal. Gelukkig zijn er meer mensen die de beperking van het huidige model zien. Het ik is onzijdig, niet mannelijk en niet vrouwelijk; dat wordt vergeten in de discussie over transgender. Wanneer we ons meer realiseren dat we een intrinsiek ik hebben zou de genderdiscussie minder beladen zijn. De belangrijkste identiteit is: ik ben mijzelf. Dat wordt vergeten.”

“Nurture and nature, je genen en je omgeving, zijn het arbeidskapitaal waar elk individu als een beeldhouwer mee moet werken”, vervolgt Matthijsen. “Ieder mens is uniek; niemand wil met een ander ruilen. Ik heb dat ook gevraagd aan mensen met ernstige stoornissen en ook zij zeggen niet te willen ruilen. Elk mens ervaart zich als een ik. Voor mij is dat het bewijs dat we niet alleen nurture and nature zijn, zoals de huidige wetenschap ons doet geloven.”

Bijdrage aan euthanasiedebat

Landelijke bekendheid kreeg de Zeistenaar door zijn bijdrage aan het euthanasiedebat. “Euthanasie stuitte me tegen de borst. Als arts leg je de eed af. In de eed beloof je alleen heilzame behandelingen voor te schrijven, en af te zien van het veroorzaken van schade of pijn. Indien mogelijk zul je lijden verzachten. Maar euthanasie? Dat is in beginsel geen medisch handelen. Binnen een werkgroep ben ik medeauteur van het boek ‘Stilstaan bij sterven’. Ik ben daarin op zoek gegaan naar redenen waarom een arts op zakelijke gronden euthanasie kan afwijzen. Nu wordt een dokter die dat niet wil doen te vaak gezien als een watje, of als een dokter die zijn patiënt in de steek laat. Daar ben ik het niet mee eens. Euthanasie hoort niet per se thuis in het takenpakket van een arts. Ik zeg ook vaak: je kunt niet twee heren dienen, die van het leven en de dood, want dat gaat onherroepelijk conflicteren met elkaar. Het is oké dat er een kliniek is waar mensen onder voorwaarden euthanasie kunnen krijgen; die artsen kiezen daar dan ook voor.”

“Bij mensen met een terminale kanker verkort euthanasie de levensverwachting met weken, hooguit maanden. Bij psychisch lijden kan het de levensverwachting met tientallen jaren bekorten. En het maakt nogal wat uit, of een psychiater zijn patiënt kan laten kiezen tussen medicijn A en medicijn B, of tussen medicijn A en euthanasie. Als dat in je gereedschapskist zit, zal de patiënt de hoop op verbetering verliezen en denken: de psychiater ziet me ook als een hopeloos geval. Ik kan er maar beter mee ophouden.” Gelukkig delen vele psychiaters deze visie. Matthijsen verkondigde de visie van de werkgroep waarvan hij deel uitmaakte op televisie en in alle kranten, maar het mocht niet baten. “Toen die wet er eenmaal was, was dat wel klaar voor mij.”

Vrijwilligerswerk

Hoe ziet de psychiater het voor zich als hij zijn praktijk straks helemaal heeft neergelegd? “Ik zou wel vrijwilligerswerk willen doen, bijvoorbeeld voor 113-zelfmoordpreventie, gesprekken voeren met mensen die acuut suïcidaal zijn. De Schubertstichting blijf ik in elk geval doen. Ik heb het huishouden, de tuin en niet te vergeten Saartje, mijn hond. Spannend vind ik het, ik zie wel wat er op mijn pad komt.”